Personen- en familierecht

Partneralimentatie: rechtvaardigheid of willekeur?

Partneralimentatie leidt vaak tot discussie. Een recente uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden toont aan hoe controversieel de berekening ervan kan zijn.

Na twintig jaar huwelijk en twee kinderen gingen een man en vrouw scheiden. De minderjarige dochter bleef bij de moeder. De rechtbank oordeelde dat de man maandelijks onder meer € 1.473,- partneralimentatie aan zijn ex-vrouw moest betalen, gebaseerd op zijn inkomen van de laatste twee jaar. De man vond dit onterecht en ging in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Zijn bezwaar? In de laatste twee jaar ontving hij tweemaal een eenmalige FLO-bijdrage (FLO=Functioneel Leeftijdsontslag) vanwege vervroegd pensioen bij de brandweer. Deze incidentele uitkering verhoogde zijn inkomen tijdelijk, maar zijn reguliere inkomen was aanzienlijk lager. Hij vond het onrechtvaardig dat zijn alimentatieverplichting op deze tijdelijke inkomsten werd gebaseerd.

Het gerechtshof gaf hem gelijk. De FLO-bijdrage hoefde niet te worden meegenomen in de alimentatieberekening. Deze incidentele uitkering was bedoeld om zijn inkomen tot zijn pensioengerechtigde leeftijd aan te vullen en maakte geen deel uit van de gezinssituatie. Bovendien werd het FLO-spaartegoed als ‘verknocht’ beschouwd, wat betekent dat het niet in de huwelijkse gemeenschap viel.

De partneralimentatie werd hierdoor verlaagd van € 1.473,- naar € 489,- bruto per maand.

Deze zaak benadrukt hoe belangrijk het is om alle factoren zorgvuldig te overwegen bij alimentatiebeslissingen. Het toont ook aan dat flexibiliteit in het rechtssysteem soms nodig is om rechtvaardigheid te waarborgen.

De uitspraak is te raadplegen via: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHARL:2024:3370.