Wanneer ouders uit elkaar zijn en samen minderjarige kinderen hebben, is het niet zomaar mogelijk voor de ouder om ervoor te kiezen om te verhuizen. Bij gezamenlijk gezag is namelijk toestemming van de andere ouder vereist voor een verhuizing.
Als de ene ouder wenst te verhuizen met de kinderen, is het cruciaal om gezamenlijk de gevolgen van de verhuizing te bespreken. Uiteindelijk dient de andere ouder toestemming te geven voor de verhuizing.
Mocht de ouder geen toestemming geven aan de andere ouder om samen met de kind(eren) te verhuizen, dan kunnen zij dit geschil voorleggen aan de rechter. Voor het indienen van een dergelijk verzoek is een advocaat nodig.
Bij de beoordeling of de rechter de toestemming voor verhuizing zal verlenen in plaats van de ouder (de vervangende toestemming), staat het belang van het kind altijd voorop. Daarnaast houdt de rechter ook rekening met de belangen van de ouders, waarbij meespeelt dat de omgangsregeling met de andere ouder (die ten tijde van de scheiding gemaakt is) op vergelijkbare wijze moet kunnen worden doorgezet. Een verhuizing mag namelijk nooit resulteren in een volledige beperking van het contact tussen het kind en de andere ouder.
Als de toestemming voor de verhuizing wordt verleend, dan mag de ouder met de kinderen verhuizen. Indien de toestemming niet wordt verleend, dan is dat niet mogelijk.
