Arbeidsrecht, Arbeidsrechtservice

Onvoldoende meewerken aan re-integratie

Inleiding

Als werkgever is het van cruciaal belang om te weten hoe om te gaan met arbeidsongeschikte werknemers die onvoldoende meewerken aan hun re-integratie. In deze blog staat een recente uitspraak centraal van de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden d.d. 24 december 2024 waarin een werkgever succesvol de loonbetaling stopzette van een werknemer die herhaaldelijk afspraken niet nakwam en onvoldoende meewerkte aan zijn re-integratie.

Feiten

De werknemer in kwestie was sinds 5 mei 2022 in dienst bij de werkgever. Op 28 maart 2023 meldde de werknemer zich ziek. Gedurende november en december 2023 en januari 2024 stopte de werkgever de loonbetaling omdat de werknemer onvoldoende zou hebben meegewerkt aan zijn re-integratie. De werknemer vorderde daarop de betaling van het loon over deze maanden.

Oordeel van de kantonrechter

De kantonrechter moest oordelen of de werkgever de loonbetaling terecht had stopgezet. De werknemer verwees naar een brief van de werkgever waarin sprake was van ‘loonopschorting’ in plaats van ‘loonstopzetting’. De werkgever stelde dat dit een verschrijving was en dat zij de loonbetaling had willen stopzetten. Wat is het verschil tussen deze twee?

Loonopschorting: de loonbetaling wordt tijdelijk stopgezet en met terugwerkende kracht hervat zodra de werknemer de re-integratie weer oppakt.

Loonstop: De loonbetaling wordt volledig stopgezet en pas weer hervat vanaf het moment dat de werknemer de re-integratie oppakt. Er wordt geen loon uitbetaald voor de periode waarin de werknemer niet meewerkt aan de re-integratie.

De kantonrechter overwoog dat de term ‘loonstop’ in de meeste correspondentie werd gebruikt en dat loonopschorting vooral van toepassing is bij schending van controlevoorschriften, wat hier niet het geval was. Daarom werd aangenomen dat de werkgever de loonbetaling had willen stopzetten.

Afwijzing van de loonvordering

De werkgever onderbouwde haar verweer met uitgebreide correspondentie, verslagen, brieven van de bedrijfsarts en een arbeidsdeskundig rapport van het UWV. Hieruit bleek dat de werkgever actief had geprobeerd contact te houden met de werknemer en afspraken te maken, maar dat de werknemer herhaaldelijk niet thuis gaf, afspraken afzegde of niet verscheen. Ook volgde de werknemer de adviezen van de bedrijfsarts niet consequent op. Het UWV concludeerde in een rapport dat de re-integratie-inspanningen van de werknemer onvoldoende waren geweest. De kantonrechter oordeelde daarom dat de werkgever gerechtigd was de loonbetaling stop te zetten en wees de vorderingen van de werknemer af.

Conclusie

Deze casus benadrukt het belang voor werkgevers om duidelijke en consistente communicatie te voeren en gedocumenteerde inspanningen te leveren bij de re-integratie van arbeidsongeschikte werknemers. Het toont ook aan dat werkgevers gerechtigd zijn om loonbetalingen stop te zetten wanneer een werknemer onvoldoende meewerkt aan zijn re-integratie.