Personen- en familierecht

Medische keuzes bij kinderen: wie heeft het laatste woord?

Stel je voor: je zoon of dochter van twaalf heeft een medische aandoening die dringend aandacht vraagt. Moeder is ervan overtuigd dat behandeling noodzakelijk is. Vader weigert echter toestemming. Een patstelling ontstaat. Ondertussen tikt de tijd door, en staat de gezondheid van je kind op het spel.

Dit soort situaties komen vaker voor dan je denkt. Zeker bij gescheiden ouders die samen het ouderlijk gezag uitoefenen, kan een verschil van mening over medische zorg snel escaleren. Maar wie mag er uiteindelijk beslissen? En hoe zorg je dat je kind krijgt wat het écht nodig heeft?

De wet: toestemming en leeftijdsgrenzen

De wet maakt onderscheid op basis van leeftijd:

  • Tot 12 jaar: ouders beslissen, het kind heeft geen formele inspraak.
  • 12 tot 16 jaar: zowel het kind als de ouders moeten toestemming geven voor een medische behandeling. Zegt één van de ouders “nee”, dan mag de arts in principe niet starten. Uitzonderingen: als de behandeling noodzakelijk is om ernstig nadeel te voorkomen, of als het kind zelf uitdrukkelijk aandringt.
  • Vanaf 17 jaar: het kind beslist volledig zelfstandig. Toestemming van de ouders is niet meer vereist.

Dit betekent dat hoe ouder het kind is, hoe groter de eigen rol in het besluitvormingsproces wordt.

Wat als een ouder toestemming weigert?

Wanneer er geen acute noodzaak is, maar de gezondheid of ontwikkeling van het kind wel in het geding is, biedt de wet een oplossing. Op grond van artikel 1:253a BW kan één ouder de rechter verzoeken om vervangende toestemming te verlenen als de andere ouder weigert. Zo voorkomt de rechter dat medische zorg wordt geblokkeerd door een conflict – en blijft het belang van het kind voorop staan.

Waar let de rechter op?

De rechter neemt een onafhankelijke beslissing en kijkt daarbij naar:

  • het belang van het kind: hoe gaat het met de gezondheid en ontwikkeling? Wat zijn de risico’s bij uitstel van behandeling?;
  • de medische noodzaak: is er professioneel advies van een arts of specialist dat de behandeling onderbouwt?;
  • de houding van de ouders: is de weigering gebaseerd op inhoudelijke zorgen of vooral op onderlinge strijd?;
  • de mening van het kind: vanaf twaalf jaar telt de stem van het kind mee. Wil het kind zelf graag behandeld worden, dan kan dit zwaar meewegen.

Uitzondering: onderzoek bij KNO-arts en orthodontist

Een bijzondere uitzondering geldt voor onderzoeken bij de KNO-arts en orthodontist. Volgens de Rechtbank Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2024:3609) kan een kind zich daar zelfstandig voor aanmelden – zonder toestemming van de ouders.

De kernboodschap

Ouderlijk gezag is geen machtsmiddel, maar een verantwoordelijkheid. Als ouders het niet eens worden over medische behandeling, kan de rechter knopen doorhakken – altijd met één centrale vraag voor ogen: Wat is het beste voor het kind?