Personen- en familierecht

Nieuwe kansen voor grootouders: wetsvoorstel vergemakkelijkt omgangsregeling

De impact van een scheiding reikt vaak verder dan alleen de ouders en de kinderen. Ook grootouders zien hun rol en relatie met hun kleinkinderen veranderen. Feestdagen verlopen anders, spontane bezoekjes worden zeldzamer, en soms wordt het contact zelfs geheel verbroken. Dit kan voor zowel grootouders als kleinkinderen een verdrietige en ingrijpende situatie zijn. Een nieuw wetsvoorstel moet het voor grootouders makkelijker maken om via de rechter een omgangsregeling met hun kleinkinderen te verkrijgen.

Een stabiele factor in onzekere tijden

Voor kinderen kunnen opa en oma een veilige haven zijn, juist in de turbulente periode van een scheiding. Grootouders kunnen dan een vertrouwde omgeving, een luisterend oor en stabiliteit bieden wanneer het gezin verandert. Hun rol kan essentieel zijn voor de verwerking van de scheiding en het behoud van een gevoel van continuïteit. Des te schrijnender is het wanneer deze band abrupt wordt verbroken.

Wettelijke drempels worden verlaagd

Op 12 juni 2024 is er een wetsvoorstel ingediend dat het voor grootouders makkelijker maakt om een omgangsregeling met hun kleinkind aan te vragen. Jaarlijks verliezen duizenden grootouders het contact met hun kleinkinderen, vaak door familieconflicten. Op dit moment moeten grootouders bij de rechter aantonen dat er sprake is van een ‘nauwe persoonlijke betrekking’ met hun kleinkind, wat in de praktijk vaak nog erg lastig blijkt te zijn. Het wetsvoorstel verlaagt deze drempel, er wordt dan namelijk vanuit gegaan dat deze band er is, tenzij het tegendeel blijkt. Dit voorstel zou er dus toe dienen het voor gootouders makkelijker te maken een omgangsregeling te verkrijgen.

Stand van zaken wetsvoorstel

Het wetsvoorstel werd op 25 juni 2024 aangenomen door de Tweede Kamer, doordat een meerderheid van partijen voor stemde. Tegenstemmers hadden onder andere zorgen over mogelijke juridische complicaties. Het wetsvoorstel ligt momenteel bij de Eerste Kamer, het is nog niet bekend of en wanneer de wet in werking zal treden.