In de praktijk komt het regelmatig voor dat een leidinggevende tegen een werknemer zegt dat zijn arbeidsovereenkomst wordt verlengd, terwijl die leidinggevende daar formeel niet toe bevoegd is. De vraag is dan of die verlenging toch rechtsgeldig is.
Volgens het arbeidsrecht mag alleen een bevoegd persoon besluiten nemen over het aangaan of verlengen van een arbeidsovereenkomst. Toch kan een werknemer in sommige gevallen gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen aan de toezegging van iemand die formeel niet bevoegd was. Daarbij kijkt de rechter naar de omstandigheden: hoe is de toezegging gedaan, was er eerder contact met dezelfde persoon over arbeidsvoorwaardelijke onderwerpen en is er een voorbehoud gemaakt?
De kantonrechter in Lelystad oordeelde in 2024 (ECLI:NL:RBMNE:2024:2353) dat een arbeidsovereenkomst tóch was verlengd, ondanks dat de toezegging afkomstig was van een niet-bevoegd leidinggevende. De werknemer mocht op de uitlatingen van zijn leidinggevende vertrouwen, omdat deze geen voorbehoud had gemaakt, had gesproken over een volgende verlenging en samen met de werknemer zelfs had geproost op die verlenging. Daarmee was de indruk gewekt dat de leidinggevende wél bevoegd was om die toezegging te doen.
Voor werkgevers is deze uitspraak een belangrijke waarschuwing. In organisaties met meerdere managementlagen is het essentieel om duidelijk te maken wie bevoegd is om besluiten over arbeidsovereenkomsten te nemen. Leg dit ook vast in het personeelsbeleid, bijvoorbeeld door te vermelden dat besluiten over het aangaan of verlengen van arbeidsovereenkomsten uitsluitend zijn voorbehouden aan de algemeen directeur.
Een ogenschijnlijk onschuldige toezegging kan dus grote juridische gevolgen hebben. Duidelijke interne communicatie en heldere bevoegdheden zijn daarom cruciaal om risico’s te voorkomen.
